Wat DNS doet
Een bezoeker typt uw domeinnaam, maar computers werken met IP-adressen. DNS vertaalt het een naar het ander. In de DNS-zone van uw domein staan records: regels die vertellen waar de website staat, waar de e-mail heen moet en welke extra informatie ontvangers kunnen opvragen.
Elk record heeft een naam (welk deel van uw domein), een type, een waarde en een TTL. Die laatste komt onderaan deze pagina terug, want daar gaat het bij een verhuizing meestal mis.
De vijf recordtypen
A — het IPv4-adres van een server
Een A-record wijst een naam naar een IPv4-adres. Dit is het record dat uw website bereikbaar maakt. U gebruikt het voor uw hoofddomein en voor subdomeinen die op een eigen server staan.
example.nl. 3600 IN A 192.0.2.10
AAAA — hetzelfde, maar voor IPv6
Een AAAA-record doet precies wat een A-record doet, maar met een IPv6-adres. U zet A en AAAA naast elkaar: bezoekers met IPv6 gebruiken dan IPv6, de rest IPv4. Ontbreekt het AAAA-record, dan werkt uw site nog, maar niet over IPv6.
example.nl. 3600 IN AAAA 2001:db8::10
CNAME — een naam die naar een andere naam verwijst
Een CNAME zegt: voor deze naam moet u bij die andere naam kijken. Handig wanneer een
dienst zijn eigen adres beheert en dat af en toe wijzigt — u hoeft dan zelf geen
IP-adressen bij te houden. Gebruik het voor subdomeinen zoals www of het
adres van een externe dienst.
www.example.nl. 3600 IN CNAME example.nl.
Let op één regel: op de naam waar een CNAME staat mogen geen andere records staan. Op uw hoofddomein zelf kunt u daarom normaal gesproken geen CNAME gebruiken, want daar staan al MX- en TXT-records. Gebruik daar een A- en AAAA-record.
MX — waar uw e-mail bezorgd moet worden
Een MX-record wijst verzendende mailservers naar de server die post voor uw domein aanneemt. Het getal ervoor is de prioriteit: lager gaat voor. U zet meerdere MX-records wanneer er een tweede server als achtervang is.
example.nl. 3600 IN MX 10 mail.example.nl.
Wisselt u van mailprovider, dan is dit het record dat verandert. Alleen dit record aanpassen is genoeg om post naar de nieuwe server te leiden — uw website blijft staan waar hij staat.
TXT — vrije tekst die ontvangers uitlezen
Een TXT-record bevat platte tekst. In de praktijk gebruikt u het voor twee dingen: e-mailbeveiliging (SPF, DKIM en DMARC), en het bewijzen dat u het domein beheert wanneer een dienst daarom vraagt.
example.nl. 3600 IN TXT "v=spf1 mx -all"
Over de e-mailrecords is meer te zeggen dan hier past. Die staan uitgebreid op onze pagina over domeinbescherming voor e-mail.
TTL: hoe lang een antwoord blijft hangen
De TTL (time to live) staat in seconden en zegt hoe lang andere DNS-servers uw antwoord mogen onthouden. Een TTL van 3600 betekent dat een resolver die uw record vandaag opvraagt, er een uur lang op vertrouwt zonder opnieuw te kijken.
Dat is nuttig: het maakt DNS snel en houdt het aantal vragen laag. Maar het betekent ook dat een wijziging niet meteen overal bekend is. Wie uw oude adres al in het geheugen heeft, blijft daar tot de TTL is verstreken naartoe gaan.
Waarom de TTL bij een verhuizing omlaag moet
Gaat u een website of mailbox verplaatsen, zet de TTL van de betrokken records dan een dag of twee vooraf laag — bijvoorbeeld 300 seconden. Wacht daarna minstens de oude TTL af, zodat het lage getal echt overal is doorgedrongen. Pas dan wijzigt u de waarde.
Het effect: de overgang duurt minuten in plaats van uren, en gaat er iets mis, dan kunt u even snel terug. Is de verhuizing gelukt en stabiel, zet de TTL dan weer op zijn normale waarde.
Wat wij hier niet doen
Dit artikel legt de vijf records uit die u het vaakst tegenkomt. Het is geen volledige naslag van DNS: SRV, CAA, NS, SOA en DNSSEC blijven hier buiten beschouwing, en we gaan niet in op de instellingen van specifieke diensten. Beheert u DNS bij een andere partij, dan kunnen wij die zone niet voor u inzien. Wat u van ons wél krijgt, is een DNS-editor waarin u dit zelf kunt aanpassen, en meedenken als u niet zeker weet wat een record doet.